Westelijke Jordaanoever

De Westbank is in 1967 bezet door het Israelische leger. Sindsdien controleert het Israëlische leger het gebied middels honderden militaire checkpoints. De gebieden die dichtbevolkt zijn en door Palestijnen bewoond worden vallen sinds de Oslo Akkoorden onder controle van de Palestijnse Autoriteit. De Palestijnse Autoriteit draagt hier de zorg voor alle diensten voor haar bevolking en de Palestijnse politie handhaaft de orde. Het Israëlische leger valt echter regelmatig gebied A binnen om Palestijnen te arresteren.

In de Westbank wonen naast ruim 2 miljoen Palestijnen eveneens meer dan 500.000 Israëlische kolonisten. Deze kolonisten wonen in nederzettingen die door speciale verbindingswegen met Israel zijn verbonden. Deze nederzettingen en wegen zijn aangelegd op land van Palestijnse grondeigenaren die hier niet voor gecompenseerd zijn. De wegen en nederzettingen vormen fysieke obstakels in de bewegingsvrijheid van de Palestijnen. Inmiddels is ruim 62 procent van de Westbank onder volledige Israëlische controle. Dit gebied wordt sinds Oslo met de letter C aangeduid. Palestijnen die land hebben in gebied C mogen niets bouwen en mogen geen waterputten slaan. Veel Palestijnse boeren hebben nauwelijks toegang tot hun land. Middels een wet uit de Ottomaanse tijd, waarin staat dat onbebouwd land na drie jaar aan de Staat vervalt, wordt regelmatig Palestijnse grond door Israël geconfisqeerd.

Het grondwater onder de Westbank wordt door de Israëlische watermaatschappij Mekorot opgepompt en verkocht aan de Palestijnen. De Israelische nederzettingen in de Westbank worden 24 uur per dag van water voorzien. De Palestijnse watermaatschappij krijgt onvoldoende water geleverd van Mekorot en moet het water verdelen. Vooral in de zomer gebeurt het regelmatig dat er maar een paar dagen per maand water uit de kraan komt. Palestijnen vullen in die periode watertanks op hun huizen. Als de tank leeg is, is het water op en zit een huishouden soms dagenlang zonder stromend water.

Door deze oneerlijke waterverdeling zijn veel Palestijnse boeren noodgedwongen gestopt met tuinbouw. Het kweken van groenten en fruit vraagt veel water.

De Palestijnse economie wordt verder verzwakt door de vertragingen bij vervoer en export en de hoge extra belastingen die Palestijnen moeten betalen. De werkeloosheid is hoog, ongeveer 20%.