Vluchtelingen

Tijdens de Nakba (= catastrofe) in 1948 zijn 750.000 Palestijnen door Joodse milities van hun land en uit hun dorpen en steden verdreven. Dat was de helft van de toenmalige bevolking. Er zijn 13.000 mensen vermoord en rond de 500 dorpen zijn ontvolkt en vernietigd.

De vluchtelingen zijn voor een deel terecht gekomen in vluchtelingenkampen op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook, waar ze tot de dag van vandaag wonen. Velen zijn over de grenzen met Libanon, Syrie en Jordanie gejaagd. Vandaar zijn grote aantallen Palestijnen geeëmigreerd naar andere Arabische landen, de Verenigde Staten en Europa. Ook in Nederland wonen zo’n 8000 Palestijnen. Over de hele wereld verspreid wonen ongeveer 6 miljoen Palestijnse vluchtelingen. Volgens internationale wetgeving hebben alle Palestijnse vluchtelingen het recht terug te keren naar waar zij vandaan gevlucht zijn. Bovendien hebben ze recht op compensatie van de geleden schade. Israël weigert echter de Palestijnse vluchtelingen terug te laten keren. Veel Israëlis stellen dat er niet voldoende ruimte is voor de terugkeer van de vluchtelingen. Echter, de meeste dorpen van waar de Palestijnen zijn gevlucht zijn nog altijd leeg land. De ruïnes zijn door aanplant van jonge bomen door het Joods Nationaal Fonds inmiddels bedekt geraakt met bos.

Enerzijds wil Israël de rechten van de Palestijnse vluchtelingen niet respecteren, anderzijds worden alle joden ter wereld uitgenodigd om zich te vestigen in Israël en krijgen zij met veel gemak een paspoort, woonruimte, taalcursus en werk aangeboden.