Project 2008

Inhoud
1. Persbericht
2. Verklaring van Fadi
3. Verklaring van Mohammed
4. Fotoalbum
5. Verslag van dag tot dag
6. Verslag op de website van het Barlaeus

1. Persbericht
Ter gelegenheid van de internationale dag van de rechten van het kind, op 20 november, komen twee Palestijnse ex-kindgevangenen, Mohammed Abu Eid (14) en Fadi Ibrahim Mahmoud Abu Daoud (15) naar Nederland. De jongens zijn uitgenodigd door Stichting Talliq. In de week van 17 tot en met 21 november maken ze een tour langs Nederlandse middelbare scholen.

Stichting Talliq – opgericht door Marijke Kruyt in december 2005 – werkt samen met de Palestijnse afdeling van Defence for Children International in Ramallah. Een advocaat van Defence for Children , Khaled Quzmar , begeleidt de jongens deze tien dagen. Beide organisaties zetten zich in voor een rechtvaardige behandeling van de circa 300 Palestijnse jongeren in Israëlische gevangenissen.

Fadi en Mohammed bezoeken scholen in verschillende steden om hun ervaringen met leeftijdgenoten te delen. Aangezien zij alleen Arabisch spreken zal er voor tolken gezorgd worden. De advocaat van DCI , Khaled Quzmar , spreekt Engels en hij kan vragen over Palestijnse kindgevangenen beantwoorden.

De twee jongens werden door Israël, onterecht, tot 4 en 2 maanden veroordeeld, voor het gooien van stenen naar gepantserde jeeps en naar de Muur. Tijdens hun arrestaties en verhoor werden ze geslagen, in de kou gezet en bedreigd. Bij Mohammed werd traangas in zijn gezicht gespoten en Fadi werd met een geweer op zijn gebroken arm geslagen die in het gips zat. Hoewel Israël het Verdrag van de Rechten van het Kind heeft ondertekend schendt het dit verdrag dagelijks door Palestijnse kinderen onevenredig zwaar te straffen voor kleine vergrijpen of zelfs op grond van onterechte beschuldigingen. De kinderen worden onder zware druk gedwongen dingen te bekennen, die ze vaak niet gedaan hebben, en schuldbekentenissen te ondertekenen die in het Hebreeuws geschreven zijn, en die ze dus niet kunnen lezen. “Als je tekent mag je naar huis” wordt hen voorgespiegeld. Ze worden mishandeld, opgesloten met volwassenen, krijgen geen onderwijs in hun eigen taal, slecht voedsel en hun familie mag meestal niet op bezoek komen.

2. Verklaring van Fadi
Mijn naam is Fadi Ibrahim Mahmoud Abu Daoud, ik ben15 jaar en woon in vluchtelingenkamp Al `Arrub bij Hebron. Mijn arrestatie was op 27 Februari 2008 ongeveer om half twaalf. Ik zat te bidden in de moskee kwam met mijn vader. We hoorden geschreeuw buiten. Na afloop van het gebed zag ik een paar jongens stenen gooien naar twee jeeps met Israëlische militairen. De militairen schoten traangasgranaten af en geluidsbommen en daarom rende ik naar huis. Vlak voordat ik naar binnen kon gaan sprong er een militair uit een jeep en hij greep me vast. Hij wilde me meenemen, maar mijn ooms kwamen er tussen en probeerden de militair ervan te overtuigen dat ik geen stenen had gegooid omdat mijn gebroken arm in het gips zat. Maar hij was er zeker van omdat hij mijn rode T-shirt had gezien. Nog tien andere militairen kwamen erbij. Ze sloegen met hun geweer op mijn gebroken arm. Ook mijn broer kreeg een klap met een geweer op zijn hoofd. De militairen zetten me in een jeep. Zodra ik zat kreeg ik een heel harde duw en ik viel op de vloer van de jeep. Hierdoor schaafde ik mijn schouder en mijn been. Zo gauw de jeep begon te rijden schopte dezelfde militair, die me omver had geduwd, tegen mijn arm, die in het gips zat, omdat ik hem drie dagen daarvoor gebroken had, dat deed heel erg veel pijn. Ook sloeg hij met een geweer op mijn schouder. Vlak daarna bonden ze mijn handen en voeten vast en blinddoekten me. Ze gingen nog ongeveer een uur door met schoppen en slaan.

Drie uren later kwamen we bij politiepost Kiryat Arba aan. Ze zetten mij op een houten stoel en lieten me een uur alleen buiten zitten. Ik had een blinddoek om en mijn handen en voeten zaten vastgebonden. Daarna brachten ze me naar binnen voor de ondervraging en deden mijn blinddoek af. De ondervrager stelde me een paar vragen en ik gaf antwoord. Toen zei hij dat ik met stenen had gegooid en hij beweerde dat hij daarvan een foto had. Ik vroeg of ik die mocht zien. Hij zei dat de foto niet scherp was en dat hij hem op de rechtbank wel zou laten zien. Ik zei weer dat ik niet kon bekennen omdat ik geen stenen had gegooid. Hij begon te schreeuwen dat ik moest bekennen en dreigde dat hij mij in de gevangenis zou gooien. Hij gaf me een papier in het Hebreeuws dat ik moest ondertekenen en ik vroeg wat er in stond. Hij zei dat hij dat wel zou vertellen als ik getekend had, maar dat weigerde ik. Weer zetten ze me op een stoel en bonden mijn armen achter mijn rug aan de stoelpoten vast, zodat ik in één houding zat. Na een tijdje kreeg ik kramp. Dat was heel pijnlijk. Omdat ik nog steeds weigerde om te tekenen, hebben ze mijn duim met geweld op een stempelkussen gedrukt en op het papier, alsof ik het zelf ondertekend had.

Daarna werd ik overgebracht naar het ondervragings- en detentiecentrum Ofer waar ik opnieuw verhoord werd. Toen sloten ze me bijna een maand op in een tent met andere 25 gevangenen. Tenslotte brachten ze me naar de Telmond gevangenis. Daar zat ik met een andere gevangene in een cel. Ik verveelde me ontzettend, ook omdat er heel weinig televisie was.

Meestal kreeg ik niet genoeg te eten. Bij het ontbijt kreeg ik een beetje jam of gekookte eieren. De lunch was tarwepap of gekookte linzen. Het avondeten bestond weer uit linzen. We kregen een half brood per dag. Er was weinig school in de Telmond gevangenis . Er zijn alleen lessen in Engels en wiskunde. We moesten elke dag een les in één van deze twee vakken volgen.

Tijdens de hele tijd dat ik in de gevangenis zat mochten mijn ouders mij niet bezoeken. Dat maakte me heel bang en ik had veel zorgen om mijn familie. Zij waren natuurlijk ook heel bezorgd over mij.

Ik moest twee keer voor een militaire rechtbank verschijnen en werd beschuldigd van het gooien van stenen. Ik ontkende alle beschuldigingen. Daarom werd het proces steeds verdaagd. Tenslotte werd ik op borgtocht vrijgelaten. Mijn zaak moet nog een keer voorkomen. Mijn oom wachtte op mij bij de uitgang van de gevangenis, want hij heeft een pasje waarmee hij in Israel mag komen. Maar ik mocht niet met hem mee. Ze gooiden mij in een Jeep en reden heel hard weg. Mijn oom probeerde de Jeep te volgen maar raakte ons kwijt. Bij een checkpoint helemaal in het noorden van de Westelijke Jordaanoever gooiden ze me eruit en reden weg. Ik wist totaal niet waar ik was. Gelukkig vond ik na een tijdje een man met een mobieltje. Zo konden we mijn oom bellen om te zeggen waar ik was. Hij kwam me ophalen en bracht me naar huis.

3. Verklaring van Mohammed
Mijn naam is Mohammed Abu Eid, ik ben 14 jaar en kom uit Biddu, een dorp in de bezette Palestijnse gebieden dat aan drie kanten omringd wordt door de Muur. De toegang tot ons dorp is een weg door een tunnel, die door de Israelische soldaten kan worden afgesloten. We zitten dus vaak gevangen in ons dorp. Op 4 februari 2008 was ik aan het voetballen op 500 meter afstand van de Muur. Ik was keeper en ik werd plotseling vastgegrepen door vier Israëlische mannen in burger, twee pakten me bij mijn armen en twee bij mijn benen. Ik kreeg een klap met een geweer op mijn hoofd, terwijl er traangas in mijn gezicht werd gespoten en ik werd in een jeep gegooid. Tijdens de twee uur durende tocht bloedde ik uit mijn hoofd, maar ze verzorgden de wond niet.

Ik werd ondervraagd zonder een advocaat of familielid erbij. Ik zei dat ik hoofdpijn had maar daar werd niet op gereageerd. Ze gaven me een papier dat in Hebreeuws was geschreven en dat kon ik dus niet lezen. Als ik het ondertekende dan zou ik worden vrijgelaten, zeiden ze en dan mocht ik ook mijn vader bellen. Ik geloofde het en tekende, maar toen zeiden ze dat het een bekentenis was, waardoor ze me konden veroordelen. Ik schrok me dood toen ik snapte dat ze me bedrogen hadden.

Om ongeveer 11 uur ‘s avonds werd ik misselijk en ik viel flauw. Toen ik bijkwam was ik in het Haddasah ziekenhuis in Israel. Ze hebben de wond boven mijn wenkbrauw gehecht. Ik mocht er maar een paar uur blijven, totdat ik om twee uur ‘s nachts naar de Ofer gevangenis werd gebracht. Ik moest buiten de gevangenis in een militair voertuig blijven zitten tot om 7 uur de poorten opengingen. Ik was geblinddoekt en mijn handen en voeten waren met plastic strips geboeid. Als ik in slaap viel, werd ik geslagen door de Israëlische militairen. Ik kreeg de hele nacht geen eten en mocht niet naar de W.C.

In de volgende weken moest ik drie keer voor een Israëlische Militaire Rechtbank komen. Ik werd veroordeeld tot vier-en-een-halve maand gevangenisstraf. De eerste keer dat ik een advocaat zag was vijf minuten voordat mijn zaak aan een militaire rechter werd voorgelegd. Op een gegeven moment werd ik naar een andere ruimte gebracht waarin ook andere gevangenen zaten en toen lieten ze gemuilkorfde honden op ons los, die sprongen op je en dat maakte me heel erg bang.
Het eten was heel slecht en heel weinig. Een bakje soep en een half broodje was alles wat we op een dag kregen. Tijdens de hele tijd dat ik zat opgesloten, kreeg mijn familie geen toestemming om mij te bezoeken. Ik werd vrijgelaten uit de Addamoun gevangenis in Israël op 5 Juni 2008. Ik had toen vier maanden vastgezeten.

4. Fotoalbum
Voor het bekijken van de foto’s van dit project klik hier

5. Verslag van dag tot dag

Zaterdag 15 november 2008
17:45 uur Aankomst op Schiphol. Jacqueline staat met de camera in de aanslag. Iedere keer als de deur opengaat begint ze te filmen. Maar … geen Palestijnse jongens. Marijke wordt gebeld op haar mobiel: de marechaussee. Een volwassen man met twee jongens die andere namen hebben, dat vinden ze verdacht. Marijke moet mee om toelichting te geven. Ze legt uit dat zij de Palestijnen heeft uitgenodigd en vraagt expliciet of ze door uitgang 4 naar buiten gelaten kunnen worden, omdat we dat willen filmen. Maar helaas … de marechaussee laat hen door uitgang 3 eruit en dus komen ze plotseling door de hal op ons af.

We gaan met de trein naar Utrecht en per taxi naar het Palestina café, georganiseerd door Kristel in café Averechts. Na het eten gaan de jongens met Lian mee naar Houten om daar te logeren. Khaled blijft het programma volgen dat in het Engels is.

Zondag 16 november
Een rustdag om bij te komen van de reis en te wennen aan Nederland. De jongens gaan met Lian en haar gezin naar het vliegtuigmuseum en Khaled wordt door Kristel rondgeleid in Utrecht.

Maandag 17 november 2008
In de hal van Utrecht Centraaal ontmoeten we Lahouaria een vrouw die oorspronkelijk uit Algerije komt en als tolk zal optreden vandaag. Per trein gaan we naar Amsterdam. Op het Barlaeus Gymnasium worden we verwelkomd door Caroline Siebeles voor een bezoek aan een 3 VWO klas. Jacqueline is er met de camera om alles vast te leggen. De leerlingen zijn zichtbaar onder de indruk van de verhalen van de jongens en stellen zeer betrokken vragen. Na een tussenuur bezoeken we een andere 3e klas. Ook deze leerlingen zijn geschokt en zeker van plan om met de jongens te gaan e-mailen.
Fadi en Mohammed gaan bij het gezin van Lahouaria in IJsselstein logeren. Radouan de oudste zoon neemt hen mee voor een ritje op de scooter en ‘s avonds gaan ze met z´n allen bowlen.

Dinsdag 18 november 2008
Diverse scholen die door Marijke zijn benaderd om de jongens te ontvangen hebben afgehaakt, maar de Hogeschool van Amsterdam zou belangstelling hebben. Marijke moet ‘s ochtends even langskomen om één en andere te bespreken en dan kunnen de jongens ‘s middags in een les terecht. Dat blijkt niet te lukken doordat een lerares ziek is en een andere de boodschap niet goed heeft begrepen. Marijke gaat naar Jacqueline om een statement op te nemen dat door de NMO zal worden uitgezonden.
Khaled brengt met de jongens een lunchbezoek aan het kantoor van United Civilians for Peace, waar Marijke en weer ophaalt.

‘s Avonds zijn we allemaal door Lahouaria uitgenodigd voor een heerlijke couscous maaltijd en na het eten gaan Kristel en Radouan met de jongens en naar het zwembad. Het is Fadi’s grootste wens om te gaan zwemmen maar Mohammed heeft zijn bedenkingen. Toch overwint hij zijn aarzeling en gaat tenslotte ook te water. Ze vinden het allebei geweldig.

Woensdag 19 november 2008
Vandaag stond een bezoek aan twee klassen van de Openbare Scholengemeenschap Bijlmer in Amsterdam op het programma. Werner de Haan, de leraar, belde ons gisteren zeer teleurgesteld op: er wordt vandaag gestaakt!
Wij vinden het ook heel erg jammer, want met deze school was juist een leuk programma afgesproken waarbij de leerlingen na afloop van de lessen nog met de jongens op stap zouden gaan. We gaan met Fadi en Mohammed naar Nemo en ze vinden het een zeer boeiend museum en hollen van de ene activiteit naar de andere.

Om zes uur verwacht het Palestina Komitee ons op hun kantoor aan de Lauriergracht voor een ‘werkdiner’. Er wordt heerlijk Surinaams eten gehaald en tijdens het eten stellen de aanwezige leden vragen aan Khaled en de jongens. Verschillende aanwezigen spreken Arabisch en daarnaast gaat de conversatie in het Engels.
Op de terugweg ontmoeten we Faris een 18 jarige Palestijnse jongen die al vanaf zijn 2e jaar in Haarlem woont. Hij logeert vannacht bij ons in Utrecht omdat we morgen al vroeg naar Bilthoven moeten. Lahouaria komt langs om een prachtige nieuwe rolstoel te brengen voor de moeder van Mohammed. Zij moet een been missen ten gevolge van een kankergezwel en haar oude rolstoel was kapot gegaan. Mohammed is er stil van.

Donderdag 20 november 2008
Om half negen stappen we de Werkplaats Kees Boeke binnen. Het prachtige nieuwe gebouw maakt diepe indruk op Fadi en Mohammed. Een 3e klas VMBO komt rumoerig binnen, maar als de DVD begint met de film “Stolen Youth” over twee Palestijnse kindgevangenen wordt het doodstil. Daarna wordt er aandachtig naar de verhalen jongens geluisterd. Faris vertaalt alles direct uit het Arabisch in het Nederlands als een volleerde tolk. Hij laat eerst Fadi zijn verhaal vertellen en vragen beantwoorden en daarna Mohammed. De jongens zijn meer ontspannen dan de eerste dag. Iedereen is diep onder de indruk. Een paar meisjes pinken zelfs een traantje weg. Een aantal leerlingen stelt vragen, waaruit blijkt dat ze het allemaal erg goed in zich op hebben genomen en zich aangesproken voelen. Ook Khaled beantwoord een aantal vragen over de juridische kanten van de zaak. Na afloop willen de jongens met de leerlingen op de foto. Jacqueline interviewt enkele kinderen voor de camera om hun reacties op deze les vast te leggen.

Na de pauze is er weer zo’n lange les van twee uur met een andere 3 VMBO groep. Deze les verloopt op ongeveer dezelfde goede manier als de eerste. De leerlingen blijven de hele tijd geboeid kijken en luisteren en stellen na afloop ook weer vragen die laten zien dat ze echt aan het denken gezet zijn. Nu mogen de jongens met de leerlingen mee naar het veld achter de school om te voetballen en met de meisjes te flirten. Mohammed wordt hals-over-kop verliefd op een van de meisjes.

De jongens gaan met Faris met de trein naar Leiden waar ze bij een Palestijns-Syrisch gezin gaan logeren. Marijke gaat met Khaled naar Den Haag voor een gesprek met Jeff Handmaker van het Institute for Social Studies. Daarna heeft Khaled een ontmoeting met zijn vriend Imad die bij Oxfam-Novib werkt.

Vrijdag 21 november 2008
Op het Stedelijk Gymnasium ontvangt Saskia Hakkaart ons hartelijk. We doen twee lessen volgens het normale rooster en daarna een extra les die niet verplicht is voor de leerlingen, maar de klas is goed vol. De leerlingen hebben van te voren de DVD van Stolen Youth al gezien en luisteren zeer geïnteresseerd naar Fadi en Mohammed. Salem, de oudste zoon van het gezin waar ze logeren, vertaalt op een vlotte manier de verhalen van de jongens voor zijn medescholieren. Voor de beantwoording van de vragen van de leerlingen moet veelvuldig een beroep op Khaled gedaan worden, omdat ze over de juridische achtergronden van het probleem gaan. Hij gaat daar graag op in en geeft uitgebreid uitleg over de verschillende problemen rond de kindgevangenen.

In de lunch pauze haalt Saskia heerlijke shoarma hapjes en andere lekkere dingen.
Gisteren is het programma van Lemun – Leiden Model United Nations – op deze school begonnen en vanmiddag vertellen de jongens hun verhaal voor een van de commissies van deze ‘jongeren Verenigde Naties’. Charly een Egyptisch-Nederlandse leerling vertaalt het Arabisch van Fadi en Mohammed op een professionele manier in het Engels. Salem staat hem daarin bij.

De jongeren, velen gekleed in keurige pakken met stropdassen, zijn afkomstig uit de hele wereld: Rusland, Congo, enz. Ze zitten achter een tafel met blauwe kleden en het ziet er allemaal heel officieel uit. De verhalen van Fadi en Mohammed maken duidelijk veel indruk. Er worden een aantal vragen gesteld. Daarna trekt de commissie zich terug voor beraad en brengt later verslag uit aan de ‘General Assembley’. ‘s Avonds gaan ze weer bowlen, want dat vonden ze wel heel erg leuk.

Zaterdag 22 november 2008
Jacqueline komt naar Leiden en houdt voor de camera twee lange interviews eerst met Fadi en daarna met Mohammed. Salem treedt op als tolk.
Het is gaan sneeuwen, natte sneeuw, dus een gepland uitstapje naar Rotterdam met Wathek kan niet doorgaan

Zondag 23 november 2008
Vandaag gaan we met z’n tienen naar Artis, Khaled, de jongens, de drie tolken, en twee jongens van het Gerrit Rietveld College in Utrecht die de Fadi en Mohammed willen interviewen voor een schoolproject.

Jacqueline komt met de camera om een en ander vast te leggen. ‘s Middags neemt ze Khaled mee voor het opnemen van een interview met hem. Ook het interview met Mohammed moet opnieuw, omdat het geluid van het interview van gisteren niet in orde is.

Daarna gaan Fadi en Mohammed met Faris mee naar de zwarte markt in Beverwijk en ze blijven in Haarlem logeren.

‘s Avonds ontmoeten we Sliman. Khaled heeft hem leren kennen toen hij in Ramallah was om opnamen te maken voor War Child. Sliman is in die tijd ook bij Mohammed thuis geweest in Biddu.

Maandag 24 november 2008
16:40 uur Vertrek van Schiphol. Fadi en Mohammed hebben ieder een grote extra tas met spullen die ze gekocht hebben voor hun familie. Marijke en Khaled hebben de rolstoel ingesealed om hem tijdens het vervoer te beschermen. Alles bij elkaar weegt de bagage nu 64 kg . Het kleine overgewicht wordt geaccepteerd.

Wathek uit Leiden brengt speciale medicijnen voor de broer van Khaled, die ernstig ziek is. In Palestina en zelfs in Jordanië zijn deze niet te krijgen.

Ze verdwijnen door de gate. We zullen hen missen na zo’n intensieve week samen.

6. Verslag op de website van het Barlaeus Gymnasium in Amsterdam
Lees het verslag van twee leerlingen: klik hier